Weblog Vrije Gemeente Amsterdam

24 oktober 2007

Thriller van de individuele mystiek: Aurelius Augustinus

Filed under: Alain Sadon — Tags: , , , — Alain Sadon @ 11:56 am

Afgelopen maandag was er bij de Vrije Gemeente de slotavond van de cursus ‘inleiding in de geschiedenis van de mystiek’ gegeven door Rob Pauls, docent van de UvA. Wat een prachtige bijeenkomst. De drie avonden ervoor ging Pauls vragen als ‘wat is mystiek nu eigenlijk?’ steevast uit de weg. Maar door de druk van het publiek moest hij er nu aan geloven.

Hij legde uit dat in de wetenschap mystiek tegenwoordig gezien wordt als iets individueels, dat er geen universele definitie van mystiek te geven is. Dat zijn persoonlijke visie op mystiek dus net zo veel waard is als die van ieder ander en hij die vraag daarom dus steeds aan zich voorbij had laten gegaan. Maar deze bijeenkomst ging hij er toch voor.

Tijdens zijn relaas kwam Augustinus voorbij als ‘misschien wel de grootste mystiek denker’ uit onze christelijke traditie. “De Belijdenissen” werd genoemd als één van zijn bekendste werken, maar juist zijn latere werk werd door Pauls in het bijzonder aanbevolen. Sterker: “De Belijdenissen waren eigenlijk helemaal niet zo interessant”.

Ik herinnerde mij dat ik begin jaren ’90 voor Nieuwe Stemmen, het verenigingsorgaan van de Vrije Gemeente, een boekbespreking had geschreven van De Belijdenissen. Ik ben het weer eens gaan nalezen om mijn geheugen over Augustinus weer wat op te frissen. Om dan snel een later werk van Augustinus op de kop te gaan tikken. Wat ik van mezelf las vond ik eigenlijk nog steeds mooi en zo’n 15 jaar na dato (schokkend genoeg) nog steeds actueel en spannend. Daarom publiceer ik mijn bespreking van deze thriller van de individuele mystiek hier opnieuw.

De absolute keuze

Ik heb een mooie vertaling gelezen van de Belijdenissen van Augustinus en was zeer geraakt door wat ik las. Waardoor ik geraakt was, gaat de historische Augustinus te boven: ik weet weinig van deze persoon en wil er eigenlijk ook maar weinig van weten. Wat mij vooral raakte was het universele en tijdloze van de opdracht waarvoor Augustinus zich in het leven gesteld zag. Het is ongelofelijk te ontdekken dat -ondanks alle revoluties die de mensheid sinds zijn bestaan (354-430 n.C.) inmiddels heeft doorgemaakt- zijn levenstaak identiek lijkt aan die van mij.

De manier waarop hij hierover schrijft leest als een thriller en is ongelofelijk inspirerend. Ik wil via onderhavige bijdrage proberen iets van deze inspiratie over te brengen. Om zo dicht mogelijk bij de bron van de inspiratie te blijven heb ik de voor mij meest aansprekende en cruciale passages uit Augustinus’ Belijdenissen letterlijk overgenomen. Deze passages heb ik vervolgens met elkaar verbonden door een persoonlijke toelichting en interpretatie.

Augustinus kwam in zijn leven op een punt, waar hij zich realiseerde dat hij iets had gezien dat absoluut waar was. Wat hij gezien had was iets heel groots en belangrijks en betrof een totaal andere wereld dan de (intellectuele) wereld waar hij normaal gesproken in verkeerde. Hij schrijft het volgende:

“Zodra ik U leerde kennen, nam U mijn hand omdat U mij iets wilde laten zien. En U hebt mijn zwakke ogen verblind door met uw felle licht te stralen, en ik trilde van liefde en van ontzag. Ik was in een weergaloos land en het was of ik uw stem daar uit den hoge hoorde: Ik ben wie Ik ben. En ik hoorde dat zoals je hoort met je hart, en er was voor mij geen enkele reden meer om te twijfelen. Ik zou eerder aan mijn eigen bestaan getwijfeld hebben dan aan het bestaan van de waarheid die in de schepping te zien en te begrijpen is.”

Hoewel hij enorm was geraakt door deze ervaring en de waarheid ervan blijkbaar niet meer ter discussie stond, was het hem -zoals o.a. uit de volgende passage zal blijken- onduidelijk wat hier nu mee te doen. Aan één kant zag hij de opening naar een leven in waarheid en liefde maar aan de andere kant zag hij zijn persoonlijke en egoïstische verlangens. Omdat -denk ik- zijn integriteit zo groot was kon hij zichzelf niet echt meer voor de gek houden en zag hij zijn zelfgerichtheid sterker dan ooit.  Wat hij zag was zijn luiheid en zijn behoefte tijd te winnen. Tijd die hij voor zichzelf nodig had om de dingen te kunnen doen die in het leven zo plezierig zijn:

“Het ging met mij zoals met iemand die wakker wil worden, maar zich toch weer door de slaap laat overmeesteren. Je wilt niet altijd blijven slapen, maar toch stel je het ogenblik van opstaan uit, en je geniet nog meer van de slaap, tegen je wil in. Zo verging het mij ook. Het leek me beter om op te staan, maar toch bleef ik liggen. Het was beter om me aan uw liefde gewonnen te geven, maar toch bleef ik leven volgens mijn eigen wil en begeerte. Ik wist geen antwoord als U me riep: Word wakker, jij die slaapt, en sta op uit de dood en Christus zal over je lichten. En als U mij op alle mogelijke manieren liet zien dat uw woorden de waarheid zijn, wist ik helemaal geen antwoord meer, want ik was er al van overtuigd. Ik bracht alleen maar wat trage, slaperige woorden uit: Straks, ja straks, laat me nog eventjes met rust. Maar dat ‘straks’ werd niet omgezet in een daad, en dat ‘eventjes’ werd een lange tijd”

Hij realiseert zich dus dat zijn zelfgerichte leven het rechtstreekse resultaat is van zijn eigen keuze zelfgericht te zìjn. Hij ziet ook dat het mogelijk is voor iets anders te kiezen. Hoewel Augustinus dus ziet dat die keuze er ligt, ziet hij ook dat het feitelijk maken van de keuze nog een heel ander verhaal is. Ontroerend is in dit verband de passage waarin hij zichzelf op een gegeven moment ondanks alle weerstand toch over de streep probeert te trekken:

“Ik zei tegen mezelf: Vooruit, nu moet het gebeuren, nu moet het gebeuren! En zo was ik al op de goede weg. Bijna was ik er en toch was ik er niet. Ik viel niet terug, nee, maar ik bleef vlak bij mijn doel staan en haalde diep adem. Ik probeerde het opnieuw en ik kwam dichterbij, nog dichterbij, ja, ja, ik raakte het, ik had het vast, nee, toch niet… Ik bleef aarzelen en het oude slechte had meer macht over me dan het nieuwe goede. Hoe dichter ik kwam bij het ogenblik van de verandering, hoe heviger de angst mij aanjoeg.”

Deze strijd maakt de keuze heel echt. Waar het hier om gaat is niet abstract of ver weg. Hij gaat als het ware voor de spiegel staan, kijkt zichzelf heel diep in de ogen kijken en stelt zichzelf de vraag: wat gaan we in godsnaam met ons leven doen? Wat is nu werkelijk belangrijk en wat werkelijk niet? En hoe meer hij daarbij tot een keuze dreigt te komen, hoe sterker de angst wordt. Dat heeft natuurlijk te maken op de absoluutheid van de keuze: het is het één of het ander. Als er voor het één wordt gekozen is het niet het ander en als er voor het ander wordt gekozen is het niet het één. Er móet iets worden achtergelaten, en dat ‘iets’ kan wel eens heel veel zijn. Augustinus ontloopt de absoluutheid van de keuze waarvoor hij zich geplaatst ziet echter niet. In dit absolute licht wordt het relatieve nu pijnlijk helder:

“Wat me tegenhield, waren de nietigste nietigheden, ijdelheid der ijdelheden, mijn vroegere vriendinnen. Zachtjes trokken ze aan me en ze fluisterden: Als je ons loslaat, ben je ons kwijt, voor altijd, en dan zul je ons altijd moeten missen, altijd. […] Het verleden bleef maar aanhouden en beweren: Denk je dat je dat alles zomaar kunt missen? Ik schaamde me diep dat ik dat gemompel maar bleef aanhoren dat me deed aarzelen. Mijn zielestrijd was alleen een strijd van mezelf tegen mezelf.”

Dan is het moment aangebroken dat de keuze wordt gemaakt. De manier waarop dit gebeurt is echter heel verrassend en mysterieus. Allereerst komt hij op een punt dat hij geen weerstand meer biedt of kan bieden aan het zichzelf diep onder ogen komen. Pijnlijk ziet hij zijn ‘ongerechtigheden’ en probeert ze niet meer te verdedigen of goed te praten.

“Toen alle ellende uit mijn diepste innerlijk boven kwam, brak er een ontzettend onweer los dat een stortvloed van tranen teweeg bracht. Ik ging languit onder een vijgeboom liggen, ik weet niet hoe lang, – en ik liet mijn tranen stromen. Ik begon tegen God te praten, al weet ik de woorden niet meer, maar het was zoiets als: O Heer, hoe lang, hoe lang blijft U tegen me tekeer gaan; vergeef toch mijn ongerechtigheden. Dat zei ik en ik schreide vol bitter berouw.”

Er is iets in hem gebroken. Hij neemt nu volledige verantwoordelijkheid voor alles in zichzelf. Niets blijft namelijk meer onbelicht. De keuze is gemaakt, in dié zin dat hij geen keuze meer lijkt te hebben: alle smoesjes zijn verdwenen en wat er over is is alleen nog de waarheid. Het enige wat hij nu kan doen is dit alles te verdragen.

Wat er vervolgens gebeurt is het mysterieuze: iets neemt het van hem over. De relatieve Augustinus verdwijnt in één klap en wat er overblijft is alleen nog het absolute. In de volgende passage, die in De Belijdenissen onmiddellijk volgt op de voorgaande, is dat fascinerend beschreven:

“Ineens hoorde ik een stem van een jongen of een meisje uit een naburig huis, een stem die zong en steeds herhaalde: Neem en lees! Neem en lees! Eerst dacht ik dat het een regel was uit een kinderversje, maar dan zou ik het wel gekend hebben. Het moest dus een bevel van God zijn, begreep ik. Ik bedwong mijn tranen en nam het boek van de apostel Paulus dat ik bij me had, sloeg het op en las zwijgend het stuk waar mijn ogen het eerst op vielen: Laten wij als bij lichte dag eerbaar wandelen, niet in brasserijen en drinkgelagen, niet in wellust en losbandigheid, niet in twist en nijd. Maar doe de Here Jezus Christus aan en wijd geen zorg aan het vlees zodat begeerten worden opgewekt. Ik wilde niet verder lezen. Het was al genoeg. Er was bij het lezen een licht bij mij binnen gestroomd en al de duisternis van mijn weifelen en twijfelen vluchtte weg.”

Gebruikte literatuur:

Augustinus, De Belijdenissen. Uitgeversmaatschappij J.H. Kok – Kampen. ISBN 90 242 4318 1. Derde druk 1989.

Advertenties

10 september 2007

Openingslezing seizoen 2007/2008 door Alain Sadon

Filed under: Alain Sadon — Alain Sadon @ 3:55 pm

Hartelijk welkom aanwezigen.

Ik sta hier natuurlijk in de functie van voorzitter van de Vrije Gemeente.  Daarom wil ik graag van deze gelegenheid gebruik maken iets te vertellen over alle nieuwe ontwikkelingen binnen onze vereniging.  Ik ben echter ook Informatica-Ir. Ik volg de ontwikkelingen op het gebied van de ICT op de voet, publiceer daarover en adviseer bedrijven en organisaties hoe ze op die ontwikkelingen kunnen inspelen. Omdat ik veel parallellen zie tussen wat er op het Internet allemaal plaatsvindt, en hoe de VG zich de laatste jaren ontwikkelt, leek het me interessant in mijn lezing de twee te combineren. Volgens mij kunnen we veel leren van de successtory die het Internet toch inmiddels wel geworden is. Mn. omdat ‘communities’ op het Internet geen vies woord meer is, integendeel.

De zoekmachine van Google speelt een centrale rol in de overweldigende ontwikkelingen op het Internet. Als organisatie wil je namelijk  (1) gevonden worden (op het Internet).  Maar er is meer: als je eenmaal gevonden wordt wil je dat (2) mensen bij je betrokken gaan worden. Dit creëert groei.

Deze zaken (gevonden worden, betrokkenheid creëren en groei) zijn uitdagingen waar we bij de VG ook precies mee te maken hebben. Ik heb het gevoel doordat ik zo intensief nadenk over de Internet-ontwikkelingen, ik a.h.w. een kijkje in de keuken van de toekomst heb, en zie daar dus parallellen met wat ik hier binnen de VG zie plaatsvinden.

Vanwege die parallellen zal ik in het vervolg van mijn betoog steeds heen en weer laveren tussen de ontwikkelingen op het gebied van het Internet en de ontwikkelingen binnen de VG.

Het zal duidelijk zijn dat het gebruik van het Internet enorm aan het groeien is.

In NL is Internet nu al geduchte concurrent voor de TV. Jongeren besteden al veel meer tijd aan het Internet dan aan TV. TV wordt wel de ‘oude media’ genoemd, ‘Internet’ de nieuwe. Wat is het verschil? Het belangrijkste is volgens mij dat de passieve kijker is vervangen door iemand die betrokken is en meedoet. De TV biedt een podium voor een kleine, geselecteerde, groep. De rest consumeert. Op het Internet kan iedereen zijn eigen podium creëren, en men doet dat ook massaal. En het interessante is dat dát wat goed of interessant is, ontdekt wordt. Google heeft daar een manier voor bedacht, en precies die manier maakt dat ze nu één van de grootste en snelstgroeiende bedrijven ter wereld zijn. Je ziet dat bedrijven en organisaties die goede Internetpodia weten te creëren  een enorme vlucht maken. En organisaties die dat niet doen, achterop beginnen te raken.

De VG is ook een podium,  een podium  voor interessante ideeën, inzichten en ontwikkelingen op het gebied van religie en spiritualiteit. En ook bij de VG zitten we in een verandering van een soort TV-situatie (lezingen en cursussen door een klein groepje wijze mensen bijgewoond door passieve kijkers) naar een Internetsituatie (een gemeenschap of –in Internet jargon- community van actieve, betrokken mensen). En ook bij ons speelt de vraag hoe we gevonden worden, bekendheid krijgen, kunnen groeien.

Verder is het interessant te zien dat juist door al die internetcommunities de weerstand tegen ‘de aansluiting bij een gemeenschap’ als bijvoorbeeld de onze is verminderd. Maar we doen dat alleen als we er iets van onszelf in kwijt kunnen, of iets van onszelf kunnen ontwikkelen. Het vormen van gemeenschappen is tegenwoordig nog wel iets heel vluchtigs. Dat zie je op het Internet ook. Als het voor onszelf niets meer oplevert, zijn we weg.

Google heeft een slim dingetje gemaakt, waardoor mensen opeens massaal in beweging beginnen te komen. Hoe komt dat nou, wat doet dat dingetje? Dat dingetje waardeert het als je jezelf laat zien. Dat kan via teksten, foto’s, films, muziek, etc.  Allemaal zaken die we hier ook leuk vinden. Hoe meer en hoe beter je jezelf profileert, hoe hoger de waardering.

Ik heb ontdekt dat in de wijze van profileren een belangrijke sleutel ligt. Allereerst is autoriteit fundamenteel. Maar er is meer. Dat heeft te maken met een soort eerlijkheid. Mensen haken bijvoorbeeld snel af als dat wat je laat zien niet integer is of enorm opgeklopt. Mensen doorprikken dat al na twee zinnen.  Eerlijke verhalen (foto’s, video, etc.) trekken de aandacht. Een eerlijk verhaal is niet een verhaal waarbij je probeert over te brengen dat je alles al weet. Juist dié verhalen die (naast een zekere kwaliteit, bv geen taalfouten…) een bepaalde eerlijkheid en kwetsbaarheid  tonen worden gewaardeerd. Dus eigenlijk worden die mensen die –naast hun kennis- ook hun vragen en onzekerheden laten zien, gewaardeerd.

Sterker, en ook daar neemt het Internet een enorme vlucht, mensen gaan elkaar dan helpen. Blijkbaar is dat onze natuur. In toenemende mate ontwikkelen bedrijven hun producten met hulp van Internetgebruikers, die soms gewoon voor de lol maar soms ook betaald gaan mee-ontwikkelen. Consumenten worden ook producenten, prosumers genoemd. Het verschil tussen consumenten en producenten is aan het vervagen.

Ik denk dat dit principe heel goed aansluit bij de natuur van de Vrije Gemeente. We bouwen hier veel kennis en ervaring (dus autoriteit) op, die delen we met de wereld, en willen onze richting kunnen laten bepalen door onze vragen en interesses. Niet door één of andere dogma, zoals we immers in onze doelstelling hebben vastgelegd. De natuur van de VG lijkt aan te sluiten bij de tijdgeest.

Maar groei zal er alleen gaan ontstaan als we inhoudelijk ook iets te bieden hebben. Ik meen echter dat we met de VG een ongelofelijk interessant gebied te pakken hebben. Doordat de kerk voor de meeste mensen geen rol meer in hun leven speelt, blijven we zitten met onze religieuze, existentiële of levensbeschouwelijke vragen. In deze hectische tijd misschien wel meer dan ooit.

Ik denk dat vrije religie een tegenwicht kan bieden aan de in mijn beleving doorgeslagen waardering van de ratio. Dit moet ik even toelichten, omdat het voor mij eigenlijk ook een ontdekking is. André Klukhuhn heeft me via mijn vakantieboek “De geschiedenis van het denken” van het volgende weten te overtuigen:

Er is niemand, maar ook geen wetenscháppelijke discipline, die kan stellen dat hij eruit is, hét antwoord heeft. Het wordt zelfs steeds duidelijker dat we er nooit helemaal uit zullen komen. Achter iedere antwoord komt namelijk weer een volgende vraag. Tot in het oneindige. In de natuurwetenschappen, bijvoorbeeld, kunnen we inmiddels in het ongelofelijk kleine zowel als het onwaarschijnlijk grote kijken. Maar steeds blijft de vraag wat er daar weer achter zit.

En toch moeten we met die fundamentele onzekerheden leven. Hoe doe je dat? Dat is volgens mij de kernvraag van religie. Namelijk het formuleren van strikt persoonlijke antwoorden, hoe absurd soms ook. Antwoorden die niet bewijsbaar zijn, maar toch heel veel betekenis hebben voor onszelf. Via religie, maar ook via kunst en poëzie claimt het subject zíjn deel van de waarheid. Mijn ontdekking is dat de waarheid zoals het subject die ervaart niet minder waar is dan de objectieve waarheid, het is echter een compleet ander domein van de waarheid. Je kan ze niet met elkaar vergelijken.

Ik ben de laatste die de wetenschappelijke benadering wil aanvallen, denk daarentegen dat het ons heel veel heeft gebracht en nog zal brengen, maar begin me te realiseren dat er twee manieren van kennen zijn. De ene manier van kennen is de manier waarbij je jezelf a.h.w. buiten de werkelijkheid plaatst om vanuit dat perspectief vervolgens iets over die werkelijkheid te zeggen. Dat is de objectieve manier.

De andere manier is de manier waarbij je je realiseert onderdeel van die werkelijkheid te zijn en vanuit dat perspectief dan naar de werkelijkheid kijkt. Dat is de subjectieve manier. Dan kom je bij de kunst, de poëzie, en de religie. Althans, die vorm van religie waarbij we onszelf impliceren in de grote vragen des levens. Natuurlijk kan je ook van buitenaf, objectief dus, naar religie kijken, en dat doen we hier ook (zoals bijvoorbeeld in het college wereldreligies), maar dan kom je automatisch in een meer historische of analytische benadering.

Klukhuhn haalt in zijn boek vele filosofen en schrijvers aan als medestanders voor die idee van de twee strikt gescheiden manieren van kennen. Ik noem er drie.

Van Marcel Proust las ik bijvoorbeeld: “We denken en benoemen in de ene wereld, we voelen in een andere, en je kunt de twee op elkaar afstemmen, maar niet de tussenruimte dempen.”

Henri-Louis Bergson schrijft: “de wetenschap en de intuïtieve metafysica zijn even precies en zeker. Allebei raken ze aan de werkelijkheid zelf, maar ieder heeft slechts toegang tot de helft ervan.”

Robert Musil stelt het met wat meer kritiek: “door de wetenschappelijke benadering hebben we weliswaar werkelijkheid gewonnen, maar droom verloren.”

Ik haatte het vroeger altijd als mijn moeder weer zei dat “iedereen zijn eigen waarheid heeft”. Dan waren we namelijk uitgepraat. Toch begin ik nu meer te zien dat er misschien wel wat in zit…

Maar hoe ga we om met die twee verschillende kengebieden? Objectief is duidelijk, daar kunnen we fijn over discussiëren en debatteren. Maar hoe om te gaan met de subjectieve waarheid?

Die subjectieve waarheid, zie ik nu, is precies dát gebied waarvan ik me realiseer dat ik daar fundamenteel alleen in sta. Het is míjn ervaring van de werkelijkheid. Aan één kant is die eenzaamheid vervelend, maar aan de andere kant, enorm bevrijdend. Mijn persoonlijke waarheid is voor mij net zo veel waard als de objectieve waarheid.

Het wordt alleen vervelend, voor mezelf maar mn. ook naar anderen, als ik niet kan zien dat mijn subjectieve waarheid subjectief is, en ik dat naar anderen ga proberen te objectiveren. Het is geweldig als iemand de openheid kan opbrengen voor mijn ervaring, of daar misschien zelfs iets van herkent, maar helemaal samenvallen zullen onze subjectieve waarheden per definitie nooit. Het bevrijdende zit hem in de realisatie dat dat juist ook niet hoeft!

Ik zag laatst op YouTube (grote website waar mensen hun video-opnames kunnen plaatsen) tijdens een lezing, georganiseerd door Google met als titel “Zeitgeist 2007”, een Engels politicus (David Miliband) het volgende opmerken. Het zijn wat Amerikaanse, kort door de bocht-kwalificiaties maar toch wel interessant met het oog op het punt dat ik wil maken. Hij zei: na de 2e wereldoorlog hadden we een periode van “we need” (huizen, gezondheidszorg, welvaart, etc., er was van alles aan opbouw nodig). Van de 60-er t/m 90-er jaren noemde hij het de periode van “we want” (dwingender, meer in de zin van “recht hebben op”. Consumptiemaatschappij, verzorgingsmaatschappij.)

Nu zitten we volgens hem in de “I can”-periode, in de zin van “zelf beslissingen kunnen nemen”. Er is meer besef ontstaan dat het leven van nature onzekerder, gevaarlijker ook, is. We horen steeds meer over dreigingen van milieu en terreur. Ook willen we niet meer betutteld worden door de overheid (denk aan Pim Fortuyn en de -wat spottend genoemd werd- linkse kerk, nog maar een paar jaar terug). We zijn meer op onszelf teruggeworpen maar van daaruit blijken we verrassend creatief.  Mijn vader heeft nog 40 jaar bij één bedrijf gewerkt, dat bestaat bijna niet meer. Nu beginnen we steeds vaker een eigen bedrijfje en regelen zelf de zaken eromheen zelf wel.

Ik denk dat we bij de VG ook een omwenteling aan het maken zijn van een “we want” naar een “I can”-paradigma. Daar kan ik –heel concreet- een paar dingen over zeggen:
1) Je ziet langzaam maar zeker dat steeds meer leden en bezoekers zelf met ideeën komen omtrent de rol die ze kunnen spelen voor de VG. Om dit op te vangen hebben we nu ook een structuur opgezet om dergelijke initiatieven te begeleiden. Mn. de programmaraad vervult die rol. Die beoordeelt in hoeverre een idee binnen de doelstelling van de vereniging valt en hoe e.e.a. zó begeleid kan worden dat het ook een kans van slagen heeft.
 
2) We stimuleren het “I can” door juist ook onze eigen leden het podium op te krijgen. Dat kan zijn als spreker op een zondaglezing, het geven van een cursus, het uitspreken van een persoonlijk credo op de vrije vrijdagavond (onze members-only avond) of via de weblog.

3) Het “I can” hebben we ook als bestuur steeds in ons achterhoofd op het moment dat we mensen nodig hebben om iets specifieks binnen de VG voor elkaar te krijgen. We doen dan geen algemene oproep, maar denken goed na wie dat in onze optiek het beste zou kunnen. In eerste instantie zoeken we binnen de gemeenschap van leden, maar als we daar de betreffende expertise niet kunnen vinden, dan kijken we tegenwoordig zelfs daarbuiten. Dan stappen we op die persoon af om te vragen of hij/zij dat voor ons wil doen. Mensen vinden het altijd een eer gevraagd te worden. We maken het niet vaak mee, dat deze aanpak niet slaagt.

4) Ook zie ik de “I can” in het feit dat ik steeds vaker verwijs naar de leden van de VG als mij de vraag gesteld wordt waar de VG nu precies voor staat: kijk naar hen en dan zie je de VG. Hiermee voorkomen we overigens ook meteen de typisch protestantse val van het formeel definiëren van wie we zijn. Als je het namelijk gaat formuleren, dan krijg je voor- en tegenstanders en uiteindelijk een breuk, waardoor er weer een nieuwe gemeente ontstaat. En dan zijn we nog verder van elkaar verwijderd. “Kijk naar onze leden en dan zie je de VG”. Waar deze aanpak gaat uitkomen is daarom ook zeer onbekend. Maar wel heel dynamisch, subtiel en echt. Ook het doel van het Internet is niet gedefinieerd, maar de dynamiek is onbeschrijfelijk.

Ter volledigheid nog het volgende.

Met het “I can” zijn we er nog niet. Mensen hebben weliswaar het gevoel meer macht te krijgen over hun persoonlijke situatie, maar minder macht over collectieve zaken. Uit onderzoeken blijkt dat er optimisme is over het persoonlijk leven maar pessimisme over de meer globale issues. Denk maar weer aan het milieu en de veiligheid. Er heerst een akelig gevoel dat zich iets aan het voltrekken is waar niemand meer grip op heeft, dat de effecten van ons menselijk handelen zich zelfs tegen ons aan het keren zijn.

Ik kom bijvoorbeeld  steeds vaker mensen tegen met een nogal apocalyptisch wereldbeeld. Dan hoor je dat ons economisch/financiële systeem helemaal gaat instorten, virussen en bacteriën de wereldbevolking zullen decimeren, terroristen kernwapens in handen krijgen en ze ook zullen gebruiken, ijskappen zullen smelten waardoor de zeespiegel meters zal stijgen en enorme lappen land zullen worden weggevaagd, etc. etc. En je moet wel een rasoptimist zijn om hier op de één of andere manier geen kern van waarheid in te zien.

Ik vermoed dat de stap van een “I can”naar een “we can” de grote uitdaging is waar de wereld voor staat. Of we dat nu leuk vinden of niet, op de één of andere manier zullen we moeten samenkomen, om iets van de enorme problemen die op ons afkomen het hoofd te kunnen bieden. Er moet iets van een gezamenlijke spirit gaan ontstaan. Ik heb geen idee of dat gaat lukken, heb er eigenlijk een hard hoofd in, maar zie de VG stiekum toch heel groot als laboratorium voor de ontwikkeling van een “we can”, gesteund ook door de pijler ‘ethiek’ in de doelstelling ervan. En zoals ik probeer aan te geven, zie ik het mensbeeld dat via het Internet tot mij komt, als een hoopvol lichtje daarbij.

Dit deel van het verhaal afsluitende denk ik dat ik heb geprobeerd te beargumenteren dat de tijd helemaal rijp lijkt voor een VG. We hebben kennis, vragen die veel mensen ook hebben, een gemeenschap van betrokken mensen en geen belemmeringen, omdat we immers ‘ondogmatisch’ zijn.

Maar in hoeverre zijn we werkelijk vrij van dogma’s? Dus in hoeverre zijn we werkelijk in staat onze religieuze, spirituele of levensbeschouwelijke vragen en interesses bepalend te laten zijn voor de ontwikkeling van de VG?

Op mijn weblog heb ik bij de omschrijving van de VG opgeschreven: “principieel niet-sektarisch”, als uitleg van het “niet-dogmatische” in de doelstelling van onze vereniging.  Dat is een bijzonder experiment, want spirituele of religieuze gemeenschappen krijgen al snel een sektarisch karakter: een leider/goeroe, regels, wetten, radicaliteit, etc. Ik heb het zelf in mijn verleden meegemaakt. Dat hebben we hier allemaal niet.

Maar hoe niet-sektarisch zijn we nu eigenlijk? Laatst realiseerde ik me opeens dat wij hier eigenlijk ook heel radicaal zijn. Namelijk precies in dat niet-dogmatisch zijn! Daar voelen we ons heel trots op en wanen ons misschien zelfs superieur t.a.v. anderen die op een dogmatische manier met religie/spiritualiteit bezig zijn. Dat is eigenlijk een beetje voor mensen die zelf niet goed kunnen nadenken. Zo bezien heeft de VG ook wel wat sektarische trekjes.

Een gevaar van dit “radicaal ondogmatische” is dat het leidt tot oppervlakkigheid. Je kan je dan namelijk eigenlijk nergens meer écht in verdiepen, want alles wat je een beetje serieus begint te nemen kan al snel als dogma worden opgevat. [Dit is volgens mij precies het probleem waar christelijk vrijzinnige organisaties mee worstelen. Als ze het ‘christelijke’ loslaten is er het gevaar dat er helemaal niets meer overblijft. Maar toch hebben wij dat wel gedaan.] Hoe kan het niet-dogmatische dan in positieve zin worden uitgelegd?

Ik denk dat het ondogmatische in niet-radicale zin een openheid zou moeten betekenen voor verschillende dogma’s. Ondogmatisch op zichzelf ís niets.  Ik denk dat wij hier allemaal dogmatisch zijn, d.w.z. eigen dogma’s hebben. Precies in lijn met wat ik hiervoor heb gesteld over het subjectieve. We hebben onze eigen waarheden, en dat is maar goed ook. De één gelooft dat je moet leven vanuit het hart, de ander meent dat God niet bestaat, en weer iemand anders stelt dat waarheid in de stilte gevonden moet worden. Enzovoorts, enzovoorts.

Eigenlijk zeggen we hier niet dat we ondogmatisch zijn, maar dat alle dogma’s zijn toegestaan. De VG als vereniging is ondogmatisch, wij persoonlijk echter zijn dogmatisch. Sterker: ik denk dat de VG er juist voor mensen moet zijn hun dogma’s verder te verdiepen, ontwikkelen of soms moet helpen oude dogma’s te vervangen door nieuwe, frisse.

Dan kom ik nu bij dit nieuwe seizoen. Onze aanpak is geweest: laten we eens een dogma of een aantal dogma’s bij de hoorns vatten, ons daar eens echt in gaan verdiepen. Dat is dus de tegenovergestelde benadering van de radicaal-ondogmatische aanpak, waar de oppervlakkigheid regeert. Ik ben er van overtuigd dat het verdiepen in goed doordachte of doorvoelde dogma’s ons kan helpen onze individuele dogma’s aan te scherpen, bij te stellen, te verdiepen.

Dit semester heeft onze programmaraad gekozen voor ‘mystiek’. Ik begin er langzaam maar zeker van overtuigd te raken dat dit een prachtig thema is voor de VG. Ook omdat het verbonden wordt met het ‘nu’. Omdat ik ook niet ál te veel weet van mystiek heb ik de hele dikke encyclopedie van de mystiek gekocht, geschreven door een rits aan hoogleraren. In een artikel daarin van prof. Steggink en nog vele andere hoogleraren wordt gespeculeerd over het antwoord op de vraag waarom mystiek zich de laatste eeuw mag verheugen in een opmerkelijk grote belangstelling. Dan komt er van alles langs: het persoonlijke karakter van mystiek, de openheid voor ervaringen, het grensoverschrijdend karakter (over landen en religies heen, brugfunctie?) en bovendien is er de afgelopen eeuw veel over mystiek gepubliceerd (dat zal behulpzaam zijn bij de vormgeving van het ‘nu’). 

Volgens de encyclopedie heeft mystiek te maken met ervaringsmatige kennis van God, dit dus in tegenstelling tot theologische of wetenschappelijke kennis van God. We gaan bij de VG het komend semester dus God weer eens even terughalen. Als dat niet ondogmatisch is!

Het komend semester laten we verschillende mystici de revue passeren die ons via hun teksten daar wellicht iets van kunnen laten ervaren. Het semester begint met een inleidend college mystiek door Rob Pauls, werkzaam bij de faculteit der Geesteswetenschappen van de UvA. Vorig jaar gaf hij hier het college Christendom waar elke bijeenkomst meer mensen zaten dan de bijeenkomst ervoor. Het is een zeer boeiende persoon en spreker.

Ik kan u allen van harte aanraden u in ieder geval daarvoor in te schrijven. Dan kunt van daaruit bekijken of –en zo ja- voor welke avonden u zich vervolgens inschrijft. Per avond wordt dan een mysticus behandeld. We hebben voor iedere avond een deskundige weten aan te trekken, als het kon uit eigen kring, maar voor het merendeel van daarbuiten.

De maandagen hebben we gereserveerd voor –wat we genoemd hebben- ‘mystiek theoretisch’ en de vrijdagen voor ‘mystiek en kunst’. Dit een beetje in lijn met wat ik hiervoor aangaf als de twee manieren van kennen van de werkelijkheid, het objectieve en het subjectieve.

Dit verhaal afsluitende zult u begrijpen dat ik hoop dat u met ons mee gaat doen. Dat we elkaar niet aan de oppervlakte, maar meer in de diepte, beter gaan leren kennen. Ik hoop ook dat u zich betrokken gaat voelen bij de VG. Maar let dan wel op, u kunt door ons voor iets gevraagd worden!

Dank u wel voor uw aandacht.

2 september 2007

De seculident

Filed under: Alain Sadon — Alain Sadon @ 5:19 pm

michaelangelo_big.jpg
The Creation of Adam. Michelangelo. 1508-1512

Een breed spectrum van mensen voelt zich tot de Vrije Gemeente aangetrokken. Zoveel was altijd wel duidelijk, maar de laatste tijd ben ik twee uitersten aan dit spectrum gaan waarnemen. Aan de ene kant van het spectrum hebben we de mensen waar onze vice-voorzitter Jan Oegema zich hard voor maakt en regelmatig in de Trouw over publiceert: de kerkverlaters. Mensen die, emotioneel en cultureel vaak diepgeworteld in het christendom, met pijn in het hart en met goed verstand niet meer kunnen geloven wat dominee of priester hen voorhoudt. In dit verband hoorde ik Jan een jaar geleden het woord ‘christidenten’ voor deze kerkverlaters gebruiken. Christidenten verzetten zich tegen de overheersende opvattingen van ‘het’ christendom, maar voelen zich wel nog steeds christen.

Bij mij, aan de andere kant van dit spectrum, zit het wat anders: ik ben seculier opgegroeid. Studie en wetenschap stonden bij mij thuis hoog in het vaandel, de kerk was dat oude gebouw op de hoek van de straat waar je zo fijn op het dak kon keten en God zoiets als Sinterklaas. Desalniettemin ben ik vanaf mijn 27e jaar zeer geïnteresseerd geraakt in religie en spiritualiteit. Het seculiere verhaal bleef weliswaar het meest ware verhaal, maar blijkbaar ook weer niet een compleet bevredigend verhaal. Mijn ervaring van het leven resoneerde niet of in ieder geval niet-volledig met de werkelijkheid zoals de seculiere wereld mij die voorhield. Er ontbrak iets, en begon te zoeken via spiritualiteit en religie.

Als we Jan’s kant van het spectrum in dit verband ‘christidenten’ blijven noemen, dan ben ik een ‘seculident’, een seculier dissident, laat ik ook eens een neologisme construeren. Ik verzet mij tegen een éénzijdig seculier of verlicht wereldbeeld, maar vóel mij wel seculier omdat daar mijn wortels liggen. Het is mijn thuis. Ik voel mij verlegen in de werelden van de religie: wat weet ík daar nu van? Waar de christident een missie ervaart zijn fellow-christenen te wijzen op de beperkingen van een al te simplistisch christelijk wereldbeeld, ervaar ik mijn missie in het verruimen van het wereldbeeld van mijn fellow-seculieren.

Religie heeft voor mij niets te maken met christendom, boeddhisme, islam, hindoeïsme, of noem ze allemaal maar op. Ook niet met meditatie, yoga, tantra, goeroes of zen. En ook niet met theologie. Dat zijn allemaal systemen of vormen die aan de ene kant ongetwijfeld voor veel mensen behulpzaam zijn geweest iets van zin en betekenis in hun leven te ontwaren en aan de andere kant ten doel hadden en hebben grote groepen mensen op de één of andere manier met hun neus dezelfde kant op te krijgen, met wat voor zuivere of onzuivere motieven dan ook.

Op wat religie in positieve zin uitgelegd voor mij als seculident betekent, heb ik al vaak mijn hersenen gekraakt. Uiteindelijk kom ik steeds weer terug bij de constatering dat religie te maken moet hebben met mijn relatie met het leven, in de meest intieme zin. Dr. Rob Pauls vertelde daarover tijdens een zondagochtendlezing bij de Vrije Gemeente, begin dit jaar, dat Meister Eckehart (1260-1327) daar als volgt over sprak: “God duldt geen pottenkijkers in de relatie tussen Hem en de mens. Het is té intiem.”

Als religie voor mij al enige betekenis heeft moet het te maken hebben met de strikt persoonlijke moraal die ik in precies die intimiteit tracht te ontwikkelen. Het is mijn subject dat worstelend en draaiend een levende dialoog zoekt met iets van objectiviteit. Opdat er iets kan ontstaan waarbij niet alleen recht wordt gedaan aan de objectieve wereld om mij heen, maar ook aan de persoon die ik vermoed te zijn.

Als iemand deze intieme gesprekspartner God noemt heb ik daar geen enkel probleem mee. Dat ik dat zelf niet zo snel doe komt waarschijnlijk precies door die seculiere achtergrond van mij: het is mijn taal niet. Ik noem ’t soms evolutie of liever nog het-leven-zelf. Ook het woord Integriteit vind ik op de één of andere manier passend, omdat precies dát de kwaliteit lijkt van de dialoog. Daar dicteert geen boek, maar spreekt het eigen gezonde hart en verstand.

Hé, dat had een zin van een christident kunnen zijn! Is dat misschien de plaats waar onze wijsvingers elkaar zachtjes raken?

29 juni 2007

Radicale vrijzinnigheid

Filed under: Alain Sadon — Alain Sadon @ 11:17 pm

Vorige week hadden we ter afsluiting van het seizoen een etentje met de programmaraad van de Vrije Gemeente. De gesprekken gingen over van alles, maar ook over vrijzinnigheid. Ik weet er op dit moment iets te weinig van om daar al te veel zinnige dingen over te schrijven, maar heb inmiddels wel het besef dat het voor de VG belangrijk is een dialoog met Nederlands vrijzinnige organisaties aan te gaan. Veel van hen zitten namelijk ook in een vernieuwingsproces, vergelijkbaar met wat er sinds een paar jaar bij de VG plaatsvindt. We kunnen dus sowieso van elkaar leren.

Daar komt nog bij dat de wortels van een aantal van deze organisaties, raken aan die van de VG: toen de dominees (en broers) Hugenholtz met hun Amsterdamse gevolg uit de Nederlands Hervormde Kerk stapten hebben de broers gesprekken met hen (mn. de Remonstrantse Broederschap) gevoerd, om te onderzoeken of er niet één, groot vrijzinnig verband te realiseren was. Dat zou ideaal geweest zijn, want wat heb je aan al die versnippering? Uiteindelijk is dat afgeketst op het feit dat de andere vrijzinnigen niet bereid waren de christelijke grondslag uit hun statuten, hoe minimalistisch ook,  te schrappen hetgeen voor de Hugenholtzen een struikelblok werd. Toen is de Vrije Gemeente in 1877 opgericht en hebben zij het bekende Paradiso laten bouwen. Dat werd hun ‘kerk’.

Ik heb recent twee interessante redes gelezen van de nieuwe voorzitter van de Vrijzinnige geloofsgemeenschap NPB (Nederlandse Protestanten Bond), Kees Mosselman. De NPB is net een paar jaar eerder ontstaan dan de VG. (De NPB was van alle kerkelijke groeperingen destijds overigens het meest enthousiast over de radicale actie van de gebroeders, riep in hun blad ‘De Hervorming’ moderne predikanten zelfs op vergelijkbare initiatieven te ondernemen als de Hugenholtzen.)

Rede bij aantrede Mosselman in 2005
Jaarrede Mosselman 2006

Lezende hoe divers de verschillende afdelingen van de NPB invulling (mogen) geven aan het vrijzinnig gedachtegoed realiseerde ik mij dat het hele spectrum aan vrijzinnigheid binnen de NPB aanwezig is, precies op de meest radicale vrijzinnigheid na, namelijk die waar de VG voor staat. Met radicale vrijzinnigheid bedoel ik natuurlijk dat ook ‘het christelijke’ als religieus dogma is losgelaten. Wat we dan overhouden is wat wij noemen ‘open religie’.

Bij ‘open religie’ denk ik overigens niet in de eerste plaats aan het cultiveren van een interesse in álle religies, zoals christendom, boeddhisme, islam, etc. Hoewel we nu een college wereldreligies hebben lopen, denk ik daarentegen allereerst aan het geven van ruimte aan nieuwe experimenten, gedachten en rituelen op het gebied van religie. Het komend seizoen gaan we bijvoorbeeld proberen te leren van allerlei mystici, uit verschillende tradities, juist omdat die een soort authenticiteit, vrijheid en openheid in hun religieuze beleving lijken te ervaren die wij ook zoeken.

De moderne 21e eeuwse mens moet zich verstandelijk en emotioneel kunnen verbinden met de wijze waarop aan religie invulling wordt gegeven. Hij kan bijvoorbeeld niet meer onvoorwaardelijk achter christus aanlopen, weet niet eens zeker of hij wel heeft bestaan. Natuurlijk zijn we wel producten van een christelijke cultuur, dus zal het christendom ongetwijfeld ook bij de VG een belangrijke rol blijven spelen in de wijze waarop we invulling geven aan open religie. Maar niet als dogma, niet als geloof.

Vanuit de NPB bezien zou je misschien kunnen opmerken dat Amsterdam, 130 jaar na dato, nog steeds afwezig is. Zowel letterlijk (NPB-kerken zijn te vinden in heel Nederland, maar niet in Amsterdam) als figuurlijk (NPB is ondogmatisch, maar vrijzinnige religie in de meest radicale zin van het woord blijft wringen met het christelijk grondbeginsel). Dit is toch wel interessant.

Mosselman steekt in zijn rede een hand uit naar het religieus-humanisme. ‘Het’ religieus-humanisme is  van oudsher één van de pijlers onder het gedachtegoed van de Vrije Gemeente, hoewel de VG Amsterdam –in de geest van 1877- recent besloten heeft zich niet exclusief of dogmatisch religieus-humanistisch te willen noemen. Daarom ook hebben we ons niet aangesloten bij het Verband van religieus-humanisten onder de Humanistische Alliantie, ook al voelen we veel verwantschap met het Verband. Sterker: twee afdelingen van de Vrije Gemeente, namelijk Kring Twente en Modern Beraad Den Haag, zijn wel toegetreden tot -en sleutelspelers binnen- het Verband.

In Amsterdam echter willen we pioniers en vernieuwers kunnen blijven in het vrijzinnig-religieuze veld. Avant-gardistisch kan je het ook noemen.  Juist omdat we vermoeden –en we daar ook al de eerste bevestigingen van beginnen te krijgen- dat er een VG nodig is om ‘vrijzinnige religie’ in alle openheid te kunnen doordenken en ontwikkelen. Dat lijkt me van overlevingsbelang, want vrijzinnigheid is immers uit. Jarenlang hebben we ons als vrijzinnigen hoogmoedig superieur gewaand aan orthodoxe invullingen van religie en hebben we ons in leven kunnen houden met een negatieve plaatsbepaling: we zijn of geloven niet dit en dat. Vrijblijvendheid heb ik dat steeds genoemd.

Het paste destijds bij een tijdgeest van bevrijding van externe moraal en spirituele onderdrukking. Maar nu we in dat opzicht vrij zijn werkt die negatieve plaatsbepaling natuurlijk niet meer, sterker: lijkt de vrijzinnigheid zichzelf overbodig te hebben gemaakt. Ik vermoed, maar zou daar van de vrijzinnige collega’s meer over willen horen, dat dit voor de christelijke vrijzinnigheid in nog sterkere mate geldt. Misschien heeft dit te maken met dat wat ik hiervoor schreef, namelijk het centraal blijven stellen van geloven, iets dat voor de nieuwe generaties potentieel vrijzinnigen niet meer op te brengen is.

De Vrije Gemeente Amsterdam kan ik zien als een broedplaats voor vernieuwingen in het veld van de vrijzinnigheid. Het lijkt me cruciaal dat dit op meerdere plaatsen gaat gebeuren dan alleen in Amsterdam. We hebben hier nu inmiddels een aantal prachtige, nieuwe teams die daar nu op hoog niveau ruim een jaar mee bezig zijn. Het komend seizoen zullen we veel gaan leren en ontdekken. Het zou de kracht van dit proces enorm doen toenemen als er in meer steden of plaatsen broedplaatsen gaan ontstaan.

Waar ik bij de VG een leemte ervaar is de schraalheid aan rituelen. We doen op dit moment een hoopvol experiment met meditatie, maar zie dat dit nog erg geïsoleerd van de overige activiteiten plaatsvindt. We zijn in het algemeen nog erg cerebraal ingesteld, hebben nog weinig verstand van beleving. Daar lijken we in Amsterdam achterop te zijn geraakt. Idealiter zou ik willen werken aan een moderne liturgie, misschien zelfs weer met een soort voorgangers ook.  Op deze punten kunnen we wellicht iets leren van de anderen.

Wordt vervolgd…

===

Voor wat betreft historische zaken in dit artikel is gebruik gemaakt van een aanstekelijk geschreven doctoraalscriptie kerkgeschiedenis van Ditsy Verdonk uit 1981, onder de titel “De gebroeders Hugenholtz en het ontstaan van de Vrije Gemeente”.

1 juni 2007

Clubgevoel

Filed under: Alain Sadon — Alain Sadon @ 3:37 pm

Gisteren kreeg ik het jaarverslag van de VG in mijn brievenbus. Daar was ik wel even van onder de indruk. Jaarverslagen zijn meestal saaie verslagen. Maar dit was andere koek. Het doel van een jaarverslag is dat het bestuur verantwoording aflegt aan de leden over het beleid van het afgelopen jaar, 2006 dus. Over anderhalve week is er de bijbehorende algemene ledenvergadering. In een mooi vormgegeven krant, met foto’s en al, wordt kort en krachtig uitgelegd wat er afgelopen jaar allemaal gebeurd is. Nog met de overige post in mijn andere hand heb ik het in één keer uitgelezen. Dat is me niet eerder voorgekomen met een schrijven van de VG. Ik kreeg opeens een echt clubgevoel. Jet Tigchelaar, Marleen Ritzema en Johan Hartman, geweldig!

Er is iets aan het borrelen de laatste tijd. Het nieuwe bestuur heeft het afgelopen jaar hard gewerkt om een aantal van de vernieuwingsgedachten zichtbaar te maken. In het jaarverslag worden die helder uiteengezet. In 2007 lijkt het werk alleen maar verder toegenomen. Maar wat borrelt er? Voor mij heeft dat denk ik te maken met dat clubgevoel. Dat is een raar ding, ‘clubgevoel’. Het afgelopen jaar was er vooral veel inzet, maar zou die liefde voor de club niet echt als clubgevoel kunnen benoemen. Onderdeel van het beleidsplan was te proberen juist wel dát gevoel te versterken. Maar dat is verschrikkelijk lastig, zeker bij de Vrije Gemeente, met die wonderlijke mix van eigen-wijzen, kerk-gekrenkten, diepte-zoekers en illusie-brekers. Die laten zich niet zomaar vangen.

Het lijkt of er nu spontaan inhoudelijke verbanden beginnen te ontstaan die de inzet beginnen te overstijgen. Verbanden, overigens, die wel gedragen worden door nieuwe structuren die we in het leven hebben geroepen. Ik hoor bijvoorbeeld enthousiaste verhalen over bijeenkomsten die de organisatoren van onze enige echte members-only avond, de Vrije Vrijdagavond, met elkaar hebben. Natuurlijk wordt er (in de 1e klas stationsrestauratie van het CS) gesproken over de organisatie van de avond, maar zo snel mogelijk ook over de meer wezenlijke dingen des levens. Uit eerste hand kan ik verder melden dat er gepassioneerde email-discussies zijn ontbrand binnen de redactie van ons cluborgaan, Nieuwe Stemmen, en binnen de programmaraad.

Bij de leden van de programmaraad draaide het om de vraag of we in ons komend jaarthema ‘mystiek nu’ wel genoeg rekening hebben gehouden met het ‘nu’. Omdat we ons stevig gaan verdiepen in allerlei mystici, vanuit verschillende tradities en cultuurvormen (muziek, beeldende kunst, etc.), was mijn vraag wat nu precies de link was met het ‘nu’. In een vorig schrijven in deze weblog was ik daar ook een beetje blijven steken: mystiek prachtig, maar waarom mystiek nu? Ik suggereerde aan mijn mede-raadsleden dat we meer verbindingen zouden moeten leggen met de grote ontwikkelingen in de wereld, zoals klimaatproblematiek, globalisering, maatschappelijke issues, natuurwetenschappelijke ontdekkingen, informatietechnologie, etc. Uiteindelijk heeft een hele discussie geleid tot het inzicht dat we daar niet te snel mee moeten gaan, dat we onszelf eerst een stevig fundament moeten gunnen in ‘mystiek’ sec. Hoe kan je namelijk verbindingen leggen met mystiek als we als gemeenschap nog onvoldoende weten wat mystiek precies is. Afgesproken is dat we ons het komend seizoen (2007/2008) gaan openstellen voor allerlei mystici en heel goed gaan kijken waar e.e.a. zich heen ontwikkelt. Als programmaraad zullen we daar bovenop zitten. Blijft staan, waar is het ‘nu’?

Hierover schreef Arnold Ziegelaar: “Het NU is er niet in gelegen dat mystiek relaties zou hebben met bv. klimaatproblemen, maar dat mystiek iets kan betekenen voor de ondogmatisch zoekende mens van nu”. Job Mulder schreef: “Mystiek is op zich al zo’n groot thema, dat verbindingen leggen met andere grote onderwerpen niet verstandig is.  Het NU van onze benadering zit ‘m vooral in het feit dat we vragen wat mystiek voor ons als mensen van deze tijd kan betekenen. Het is wel van belang dat laatste steeds ook duidelijk te maken aan de sprekers/docenten. Zij moeten die vertaling naar het heden proberen te maken.Welmoed Vlieger schreef: “NU kan refereren aan de mystieke beleving die we hebben als moderne, religieuze mensen die niet gebonden zijn aan een bepaalde kerk. […] Met het thema mystiek, een thema dat zo lang vrijwel alleen grondig onderzocht is door (katholieke) theologen, hebben we iets te pakken dat ons allemaal  aangrijpt, alleen noemen we het niet altijd zo.” Govert Bach, tot slot, mailde: “De leerroute met de VG is m.i. eerst laten zien en voelen hoe gewoon en dichtbij mystiek eigenlijk is en dan verder gaan met engagement. Dat mystiek nooit zonder engagement kan zijn is nu juist het criterium voor pure mystiek. Als het niet geëngageerd, bewogen voor wereld en medemens, is dan is het zweven. Zie Schweitzer, zie Simone Weil, zie de Dalai Lama. Er is geen persoonlijke verlichting, er is alleen maar weer meer bewogenheid voor de mens en de aarde. Ontwikkelen van de aandacht! aandacht voor de ander, de natuur, de wereld.

In de redactie van Nieuwe Stemmen is voorts een discussie ontstaan of een door Nanda van Bodegraven, onze beeldcolumnist, ingebrachte foto van een schilderij wel of niet geschikt is voor de achterflap van de komende Nieuwe Stemmen. Toen ik de foto zag was ik onmiddellijk tégen. Het was prachtig geschilderd en ook de toelichtende tekst van Nanda was uitmuntend, maar het beeld zelf was me veel te afstotend. Ik heb haar geschreven dat ik het wel een prestatie vond dat ze iets opgedoken had wat ik niet geschikt achtte voor ons blad. Ik wist namelijk niet dat ik het in me had een serieus beeld (van een international gerespecteerd kunstenares) ‘te ver vinden gaan’ voor onze vrije VG. De discussie die ontlaaide heeft gemaakt dat ik het nu niet meer goed weet, juist omdat het zo’n discussie en zoveel verschillende emoties oproept. Kunst moet soms schokken. Haal ik afkeer en afkeur niet te veel door elkaar? Meer te lezen en zien in onze volgende Nieuwe Stemmen?

24 mei 2007

Mystiek projectie?

Filed under: Alain Sadon — Alain Sadon @ 3:31 pm

Buddha-painting from ThailandDeze week had ik ‘s avonds een gesprek met mijn goede vriend Cornelis. Met hulp van de Port was de temperatuur net aangenaam genoeg om buiten op een terras te genieten van de avondlucht. Nadat we het uitgebreid gehad hadden over het Maoïsme, dat volgens hem op dit moment een enorme vlucht neemt in Zuid-Amerika, India en Nepal (en een softe variant in Nederland, namelijk via de SP), arme gebieden van de wereld dus, vroeg ik hem –rare vraag eigenlijk, op dat moment- hoe hij aankijkt tegen ‘bewustzijn’. Wat is dat precies, dat bewustzijn van ons? Ik kijk uit over de wegen, de auto’s, de mensen, de Boerenwetering, de bomen en geniet van de Port en het gesprek. Al die informatie landt ergens in mij. “Dat landt in de hersenen”, zei Cornelis. Ja, maar dat geeft nog geen antwoord op mijn vraag wat bewustzijn is. Ik heb namelijk de ervaring dat al die informatie ergens valt wat mijn lichamelijkheid overstijgt. Ik ervaar bewustzijn niet als iets lichamelijks.

“Dat is projectie”, zei Cornelis toen. “Ik raak er steeds meer van overtuigd dat mystiek, religie, en al dat soort zaken projecties zijn. We zijn geëvolueerde dieren. Met de dood van mijn lichaam, gaat mijn bewustzijn. En daar ben ik blij om, ook.” Beetje verwarrend antwoord, zeker uit de mond van iemand die als bijnaam “de monnik van de Pijp” draagt. Het woord projectie heeft immers een nogal negatieve lading, zoiets als een verzinsel of een fantasie. Als ik nu de Wikipedia er op nasla, en de psychologische uitleg van projectie lees, snap ik wel waarom ik dat zo voel: “Het is een afweermechanisme tegen negatieve emoties. Bij projectie wordt een gedachte of gevoel waar iemand zelf geen vrede mee heeft, toegedicht aan iemand anders. Dat het geen onbekend fenomeen is, blijkt wel uit de uitdrukkingen “wat je zegt dat ben je zelf” en “zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten”.

“Mystiek, religie, etc., produceren mooie woorden”, vervolgde Cornelis, “het ligt in het gebied van de esthetica, de poëzie”. Projectie op deze manier uitgelegd, heeft een aanzienlijk positievere lading. Het heeft dan meer te maken met het taal geven aan de werkelijkheid. Er viel een korte stilte in ons gesprek. Ik keek om me heen en zag allemaal verkeersborden. Opeens zag ik ze als een projectie van iemand anders. Er zijn mensen geweest die blijkbaar hebben gemeend dat het om wat voor reden dan ook beter zou zijn als het verkeer geordend zou worden: die straat mag je wel in, die niet, daar niet harder dan 30 km/uur, daarom een drempeltje in de weg, etc. Vanuit de projectie van iemand anders is er via taal, de verkeerssymbolen, inmiddels een (absurde?) werkelijkheid gecreëerd die we als vertrouwd ervaren. Ik kijk om me heen en zie het bestaan als het ongelofelijke resultaat van projecties van vele mensen. Met de werkelijkheid als ons projectiescherm.

Misschien wel, is een projectie niet (alleen) iets negatiefs, maar een kern van ons mens-zijn, heeft de psychologische uitleg van het projectie-mechanisme, ons vervreemd van een positieve uitleg ervan. Een positieve uitleg zou kunnen zijn dat we taal proberen te geven aan de werkelijkheid zoals we die ervaren. Dat we niet anders kunnen dan projecteren, dan subjectief zijn over een objectieve werkelijkheid, maar dat we via taal een brug kunnen slaan tussen de subjectieve en objectieve werkelijkheid. Taal is dan de eerste stap in het proces van creatie. Natuurlijk moet ik nu denken aan de openingszin van het Johannes-evangelie: “In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God”. Niet dat ik deze zin begrijp, maar ook hier wordt het Woord, taal naar ik aanneem, als begin, dus nog voor de creatie geplaatst.

Taal als brug tussen de subjectieve en objectieve werkelijkheid. Daardoor enerzijds altijd tekort schietend, maar anderzijds noodzakelijk voor het bestaan. Zou ‘mystiek’ op deze manier bezien een projectie via een soort subtiele, fijnstoffelijke taal kunnen zijn? Dit tegenover de grofstoffelijke taal van de verkeersborden, maar in wezen hetzelfde. Een poging om iets aan het licht te brengen of zelfs in gang te zetten in de wonderlijke werkelijkheid waar we deel van uitmaken, zoals een schrijver, dichter of musicus dat doet. Het gaat dan niet meer om de objectieve antwoorden op vragen als ‘wat is de werkelijkheid’, of ‘wat is bewustzijn’, maar om de wijze waarop we daar op antwoord op geven, de wijze waarop we projecteren. En dan belanden we wat mij betreft inderdaad in het gebied van de esthetiek. Dan kan een gedicht, een preek of een stuk piano opeens een prachtig antwoord geven op vragen die niet te beantwoorden zijn.

Cornelis, bedankt. Voor nu.

16 mei 2007

Mystiek prachtig

Filed under: Alain Sadon — Alain Sadon @ 3:20 pm

Eén van mijn oorspronkelijke motivaties deze weblog te starten had te maken met het feit dat we binnen de VG het komend seizoen van alles gaan doen rond het thema ‘mystiek nu’. Onze programmaraad heeft namelijk gemeend dat dit een zeer geschikt onderwerp voor de VG is. Hartstikke spannend, maar ‘mystiek’, wat is dat eigenlijk? En waarom dat ‘nu’ in het thema?

Ik wil daar onderzoek naar doen. Omdat de VG daar intensief mee aan de slag gaat, en ik daar vanuit mijn functie iets over moet kunnen zeggen, maar ook omdat het me persoonlijk intrigeert. Ik heb daarom een boek gekocht, een dikke pil, zo’n beetje vergelijkbaar met ‘Gödel, Escher Bach’, van Hofstädter, dat alle mannen van mijn leeftijd in hun boekenkast hebben staan. En nooit hebben uitgelezen. Wat mijn nieuwe aanwinst betreft maak ik me daarom ook geen illusies, maar razend interessant is het na 30 pagina’s al wel. Het betreft de ‘encyclopedie van de mystiek’, met als ondertitel ‘fundamenten, tradities en perspectieven’. Het is geschreven door een rits aan hoogleraren en is na 10 jaar zwoegen voltooid in 2003.

Het begint in deel I met zeventien artikelen die vanuit allerlei invalshoeken mystiek als onderwerp hebben: christendom, beeldende kunst, taal, natuurwetenschap, onderwijs, filosofie, en ga zo maar door. Daarna krijgen we deel II met zo’n dertig artikelen over allerlei ‘vormen van mystiek’, van mystiek in schriftloze culturen tot en met New Age. Tot slot vinden we in deel III uiteindelijk pas wat de titel suggereert, namelijk de encyclopedie, met een alfabetisch uitleg van personen en begrippen, beginnend bij Aboe Sa’id Abi’l-Khair (967-1049), Perzisch Mysticus (die maar één keer per dag at…), t/m Zohra (1928), magnetisch genezeres die in 1974 een visioen kreeg waarin Hazrat Inayat Khan haar verscheen. Wat een rijkdom aan informatie, en wat is het toch prachtig dat we wetenschappers hebben die dit allemaal mooi voor ons opschrijven. Nu nog lezen.

Ik ben begonnen met het eerste artikel. Mijn vriendin sloeg het boek in het midden open en begint dan gepassioneerd te lezen, maar ik moet altijd aan het begin beginnen. Mijn brein wantrouwt eigen initiatieven m.b.t. dit soort intellectuele hooggebergten. De naam van het artikel is “Mystiek: woordgebruik en theorievorming” en is van Prof. Dr. Otger Steggink, emeritus-hoogleraar spiritualiteit aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Het telt 32 pagina’s waarvan ik de helft heb onderstreept. Hoe aan te vangen. Aanknopingspunt is natuurlijk hetgeen ik hiervoor schreef, namelijk dat ik me wil inwerken in het komend jaarthema van de VG. Tweede aanknopingspunt is de onderhavige blog. Want waarom een blog om me in te werken? Ik denk dat dat de leraar in me is die mensen wil meenemen in zijn enthousiasme. Een dag na mijn eerste blog-post waren er meteen 122 mensen die de betreffende pagina hadden bekeken. Verder zijn er al tientallen mensen die de blog via de rss-feed volgen (zie rechts-onderaan op scherm). Die staan blijkbaar te wachten op een volgend bericht. Als dat niet stimuleert.

In de inleiding van de encyclopedie wordt gespeculeerd over het antwoord op de vraag waarom mystiek zich de laatste eeuw mag verheugen in een opmerkelijk grote belangstelling. Dan komt er van alles langs: het persoonlijke karakter van mystiek, de openheid voor ervaringen, het grensoverschrijdend karakter (het verschijnsel duikt in de meeste religies op, daardoor wellicht een brugfunctie) en bovendien is er de afgelopen eeuw veel over mystiek gepubliceerd. Ik begin al meteen wat meer te begrijpen van onze goede programmaraad, daar dit precies zaken zijn die aan het ontstaan van de Vrije Gemeente (1877) ten grondslag liggen.

De oprichters van de VG, twee dominees, de gebroeders Hugenholtz, zijn destijds namelijk uit de Nederlandse Hervormde Kerk gestapt omdat zij de dogma’s die daar golden als veel te beklemmend en beperkend ervoeren. Van Herman Hugenholtz heb ik bijvoorbeeld een mooie uitspraak die wat mij betreft raakt aan wat hiervoor bedoeld wordt met ‘het grensoverschrijdende karakter’ van mystiek:“de consequent moderne heeft niet één bijbel, maar tal van bijbels, de bijbel der menschheid; de Godsstem klinkt hem uit alle eeuwen tegemoet en zoo moeten de getuigenissen van vromen en wijzen uit allerlei eeuwen tot dit doel verzameld worden”.

In de inleiding wordt verder uitgelegd hoe moeilijk het is het begrip mystiek te definiëren en hoe het door de eeuwen heen van betekenis is veranderd. Paul Tillich (1968) wordt aangehaald om een voorbeeld te geven van een definitie van mystiek: “Mysticism means inwardness, participation in the Ultimate Reality through inner experience”. Ik haal dit voorbeeld aan omdat ik niet kan nalaten een tweede uitspraak van Herman op te nemen, omdat ik die zo mooi vind en hier prachtig bij aansluit: “de zekerheid van het geloof berust op de getuigenis van Gods geest in het binnenste van de mens. Juist in het natuurlijke komt het oneindige aan het licht. Jezus was weliswaar door Gods geest bezield geweest, maar hierdoor was hij niet boven het menselijke verheven, want elke menselijke natuur is vatbaar voor de geest der waarheid”

Maar goed, genoeg over onze bestaanswortels, het ging immers om mystiek nú. Een uitroepteken heb ik geplaatst bij de volgende zin in het artikel van Steggink: “Inhoudelijk komt mystiek in de laatste decennia opvallend veel voor in verband met of in tegenstelling tot ethiek of maatschappijbetrokkenheid.[…] Mystiek krijgt dan de betekenis van individualistisch, asociaal. […] Maar het woordpaar politiek/mystiek wordt ook gebruikt om de spanning en het verband weer te geven tussen religieuze ervaring en sociale inzet, tussen strijd en inkeer, tussen werken en bidden.” M.a.w. de spanning tussen die mooie klassieke begrippen actie en contemplatie.

Nu komen we al meteen bij iets wat voor mij, maar ook de VG, fundamenteel is. De doelstelling van de VG luidt: “bevordering vrije religie en versterking ethisch waardenbesef in ondogmatische geest […]”. Ook in deze doelstelling vinden we via de vrije religie de contemplatie en via het ethisch waardenbesef de actie. Hemel en aarde in één doelstelling, dus. Niet alleen de hemel, dan wordt het me te zweverig, maar ook niet alleen de aarde, dan wordt het me allemaal te oppervlakkig en opportunistisch. Ze gaan hand in hand. OK, met dit in gedachten kan ik accepteren met mystiek aan de slag te gaan: het is niet het hele verhaal, het is de helft ervan.

Interessant verder in het artikel van Steggink is dat hij aangeeft dat mystiek met name in bepaalde protestantse kringen ‘een negatieve associatie van inhoudelijke aard oproept’. Hij haalt als voorbeeld journalist P. Jongeling van het Gereformeerd Politiek Verbond aan: “Ik moet van mystiek niets hebben. Ik geloof dat mystiek de oer-zonde is die men tegen de machtige God kan begaan, want mystiek wist in wezen de grens tussen Schepper en schepsel uit.” Persoonlijk vind ik het ongelofelijk dat zo krampachtig wordt vastgehouden aan dit dogma van onderscheid tussen schepper en mens. Misschien is het wel zo, maar hoe kan iemand dat zo zeker stellen? Heeft Jongeling dat zo ervaren in één of ander visioen? Of is het zo omdat de Bijbel dat voorschrijft? Maar daarover is toch ongelofelijk veel controverse? Precies om dit soort infantiele standpunten is in mijn optiek de VG ontstaan. In dit verband wil ik een citaat aanhalen van Jan Oegema, essayist en betrokken bij de VG: “Wij zijn afvallige kinderen van een christendom dat met zijn merkwaardige constructies religiositeit voor de nadenkende mens onmogelijk heeft gemaakt.”

Ik wil deze blog-post afsluiten met een korte etymologische uitleg door Steggink van het woord ‘mystiek’. Het blijkt te komen van het Griekse bijvoeglijk naamwoord mystikós, hetgeen betekent: met de geheimen (mystèria) verbonden, geheim(-zinnig). Het woord duidt een kwaliteit aan die buiten de normale kennis en ervaring valt. Interessant overigens, is dat dit woord in het Nieuwe Testament, op één brief (aan de christenen van Filippi) van Paulus na, in zijn geheel niet voorkomt. Vanaf de derde eeuw blijkt het woord wel een rol te krijgen binnen de christelijke spiritualiteit. Het heeft dan te maken met een bepaald soort verstaan van de Schrift, dat meer te maken heeft met ervaringsmatige Godskennis, dan met een puur wetenschappelijke bezigheid. Origenes (185-251) stelt bijvoorbeeld dat niemand de Schrift kan verstaan zonder ten diepste één te worden met de werkelijkheid waarover zij spreekt. Binnen de Joodse traditie komt het woord mystiek in deze betekenis al veel eerder voor.

Dit alles overziende zou ik zeggen, mystiek práchtig, maar waarom mystiek ?

Wordt dus vervolgd…

6 mei 2007

Virtuele kroeg

Filed under: Alain Sadon — Alain Sadon @ 3:10 pm

Bij het nadenken over een mogelijke functie van deze weblog voor de Vrije Gemeente ben ik door een aantal stadia heengegaan. Ik kan nog niet zeggen dat de huidige opzet de definitieve is (voor zover überhaupt iets definitief kan zijn, zeker op het Internet), maar heb wel het gevoel een interessant spoor te pakken te hebben.

In het eerste stadium zag ik de weblog als een soort prikbord voor allerhande meningen, ideeën en inzichten over zaken die het gedachtegoed van de Vrije Gemeente aangaan. Vrije religie en ethiek (en dat alles in ondogmatische geest), dus. Iedereen zou zijn of haar berichten hieromtrent moeten kunnen plaatsen: leden, bezoekers, geïnteresseerden, websurfers, etc. Maar vanuit het bestuur werd terecht de vraag gesteld of hier wel gebruik van gemaakt gaat worden en -als dat toch het geval is- of we dan wel teksten krijgen die van voldoende niveau zijn om interessant te zijn voor bezoekers van deze weblog. Hierdoor kwam ik met mijn denken in een volgend stadium.

Binnen onze vereniging hebben we verschillende bijzondere figuren die in staat zijn op hoog niveau te schrijven en bovendien -ieder op een eigen manier- een eigentijdse missie hebben in het veld van religie, spiritualiteit en mystiek. Ik realiseerde me dat een soort forum rond deze groep interessant kan zijn. Dit om een aantal redenen:

* Gezamenlijk, zou je kunnen zeggen, zijn ze in staat de Vrije Gemeente te representeren. Je gaat dan geen kader definiëren waarbinnen je hoopt dat e.e.a. gezegd gaat worden, maar je draait het om: het kader wordt datgene wat door een groep van schrijfvaardige, bij de VG betrokken personen in alle vrijheid wordt gezegd. Welmoed Vlieger suggereerde mij deze omdraaïng.

* Naar binnen toe, kunnen de verschillende schrijvers elkaar gaan prikkelen. Ik begin hier nu met schrijven, maar dat zal hopelijk tot kriebels leiden bij de andere schrijvers. Er kan een dynamiek ontstaan die in de buurt van een goede kroeg-discussie kan komen, die we ook met een aantal van ons regelmatig hebben. Met dien verstande dat er een Internet-gemeenschap over onze schouders meekijkt. Maar dat kan juist interessant zijn, omdat we in mijn optiek -en allemaal op onze eigen manier- iets te zeggen hebben wat juist de intimiteit van de kroeg mag overstijgen.

Dit nu heeft geleid tot de weblog in zijn huidige vorm. Het kan worden opgevat als een soort virtueel podium, in lijn met ons zondagpodium waar we iedere 1e en 3e zondag van de maand een bezielende spreker uitnodigen om ons op een goed niveau te inspireren of iets te leren vanuit zijn of haar religieuze achtergrond of interesse. Door de aard van het Internet kan dit virtuele podium veel dynamischer en interactiever worden, hetgeen mij zeer interessant lijkt om eens goed met elkaar te onderzoeken.

Tot slot wil ik in dit verband zeggen dat het schrijven binnen deze weblog niet alleen een publiciteitskanaal kan zijn voor de Vrije Gemeente, maar nadrukkelijk ook voor de individuele schrijvers. De weblog is namelijk zo opgezet dat het straks goed gaat scoren bij zoekmachines. Onze teksten zullen straks dus goed gevonden worden. Bij ieder geplaatst bericht kan een verwijzing naar een profiel van de schrijver of een website van de schrijver worden opgenomen. Vanuit mijn SEOguru-achtergrond zal ik er aan gaan werken dat we zichtbaar gaan worden op het Internet, voor andere organisaties, geïnteresseerden, maar ook de pers. Dat kan tot verrassingen gaan leiden. En dat is leuk. Vind ik.

Blog op WordPress.com.