Weblog Vrije Gemeente Amsterdam

29 juni 2007

Radicale vrijzinnigheid

Filed under: Alain Sadon — Alain Sadon @ 11:17 pm

Vorige week hadden we ter afsluiting van het seizoen een etentje met de programmaraad van de Vrije Gemeente. De gesprekken gingen over van alles, maar ook over vrijzinnigheid. Ik weet er op dit moment iets te weinig van om daar al te veel zinnige dingen over te schrijven, maar heb inmiddels wel het besef dat het voor de VG belangrijk is een dialoog met Nederlands vrijzinnige organisaties aan te gaan. Veel van hen zitten namelijk ook in een vernieuwingsproces, vergelijkbaar met wat er sinds een paar jaar bij de VG plaatsvindt. We kunnen dus sowieso van elkaar leren.

Daar komt nog bij dat de wortels van een aantal van deze organisaties, raken aan die van de VG: toen de dominees (en broers) Hugenholtz met hun Amsterdamse gevolg uit de Nederlands Hervormde Kerk stapten hebben de broers gesprekken met hen (mn. de Remonstrantse Broederschap) gevoerd, om te onderzoeken of er niet één, groot vrijzinnig verband te realiseren was. Dat zou ideaal geweest zijn, want wat heb je aan al die versnippering? Uiteindelijk is dat afgeketst op het feit dat de andere vrijzinnigen niet bereid waren de christelijke grondslag uit hun statuten, hoe minimalistisch ook,  te schrappen hetgeen voor de Hugenholtzen een struikelblok werd. Toen is de Vrije Gemeente in 1877 opgericht en hebben zij het bekende Paradiso laten bouwen. Dat werd hun ‘kerk’.

Ik heb recent twee interessante redes gelezen van de nieuwe voorzitter van de Vrijzinnige geloofsgemeenschap NPB (Nederlandse Protestanten Bond), Kees Mosselman. De NPB is net een paar jaar eerder ontstaan dan de VG. (De NPB was van alle kerkelijke groeperingen destijds overigens het meest enthousiast over de radicale actie van de gebroeders, riep in hun blad ‘De Hervorming’ moderne predikanten zelfs op vergelijkbare initiatieven te ondernemen als de Hugenholtzen.)

Rede bij aantrede Mosselman in 2005
Jaarrede Mosselman 2006

Lezende hoe divers de verschillende afdelingen van de NPB invulling (mogen) geven aan het vrijzinnig gedachtegoed realiseerde ik mij dat het hele spectrum aan vrijzinnigheid binnen de NPB aanwezig is, precies op de meest radicale vrijzinnigheid na, namelijk die waar de VG voor staat. Met radicale vrijzinnigheid bedoel ik natuurlijk dat ook ‘het christelijke’ als religieus dogma is losgelaten. Wat we dan overhouden is wat wij noemen ‘open religie’.

Bij ‘open religie’ denk ik overigens niet in de eerste plaats aan het cultiveren van een interesse in álle religies, zoals christendom, boeddhisme, islam, etc. Hoewel we nu een college wereldreligies hebben lopen, denk ik daarentegen allereerst aan het geven van ruimte aan nieuwe experimenten, gedachten en rituelen op het gebied van religie. Het komend seizoen gaan we bijvoorbeeld proberen te leren van allerlei mystici, uit verschillende tradities, juist omdat die een soort authenticiteit, vrijheid en openheid in hun religieuze beleving lijken te ervaren die wij ook zoeken.

De moderne 21e eeuwse mens moet zich verstandelijk en emotioneel kunnen verbinden met de wijze waarop aan religie invulling wordt gegeven. Hij kan bijvoorbeeld niet meer onvoorwaardelijk achter christus aanlopen, weet niet eens zeker of hij wel heeft bestaan. Natuurlijk zijn we wel producten van een christelijke cultuur, dus zal het christendom ongetwijfeld ook bij de VG een belangrijke rol blijven spelen in de wijze waarop we invulling geven aan open religie. Maar niet als dogma, niet als geloof.

Vanuit de NPB bezien zou je misschien kunnen opmerken dat Amsterdam, 130 jaar na dato, nog steeds afwezig is. Zowel letterlijk (NPB-kerken zijn te vinden in heel Nederland, maar niet in Amsterdam) als figuurlijk (NPB is ondogmatisch, maar vrijzinnige religie in de meest radicale zin van het woord blijft wringen met het christelijk grondbeginsel). Dit is toch wel interessant.

Mosselman steekt in zijn rede een hand uit naar het religieus-humanisme. ‘Het’ religieus-humanisme is  van oudsher één van de pijlers onder het gedachtegoed van de Vrije Gemeente, hoewel de VG Amsterdam –in de geest van 1877- recent besloten heeft zich niet exclusief of dogmatisch religieus-humanistisch te willen noemen. Daarom ook hebben we ons niet aangesloten bij het Verband van religieus-humanisten onder de Humanistische Alliantie, ook al voelen we veel verwantschap met het Verband. Sterker: twee afdelingen van de Vrije Gemeente, namelijk Kring Twente en Modern Beraad Den Haag, zijn wel toegetreden tot -en sleutelspelers binnen- het Verband.

In Amsterdam echter willen we pioniers en vernieuwers kunnen blijven in het vrijzinnig-religieuze veld. Avant-gardistisch kan je het ook noemen.  Juist omdat we vermoeden –en we daar ook al de eerste bevestigingen van beginnen te krijgen- dat er een VG nodig is om ‘vrijzinnige religie’ in alle openheid te kunnen doordenken en ontwikkelen. Dat lijkt me van overlevingsbelang, want vrijzinnigheid is immers uit. Jarenlang hebben we ons als vrijzinnigen hoogmoedig superieur gewaand aan orthodoxe invullingen van religie en hebben we ons in leven kunnen houden met een negatieve plaatsbepaling: we zijn of geloven niet dit en dat. Vrijblijvendheid heb ik dat steeds genoemd.

Het paste destijds bij een tijdgeest van bevrijding van externe moraal en spirituele onderdrukking. Maar nu we in dat opzicht vrij zijn werkt die negatieve plaatsbepaling natuurlijk niet meer, sterker: lijkt de vrijzinnigheid zichzelf overbodig te hebben gemaakt. Ik vermoed, maar zou daar van de vrijzinnige collega’s meer over willen horen, dat dit voor de christelijke vrijzinnigheid in nog sterkere mate geldt. Misschien heeft dit te maken met dat wat ik hiervoor schreef, namelijk het centraal blijven stellen van geloven, iets dat voor de nieuwe generaties potentieel vrijzinnigen niet meer op te brengen is.

De Vrije Gemeente Amsterdam kan ik zien als een broedplaats voor vernieuwingen in het veld van de vrijzinnigheid. Het lijkt me cruciaal dat dit op meerdere plaatsen gaat gebeuren dan alleen in Amsterdam. We hebben hier nu inmiddels een aantal prachtige, nieuwe teams die daar nu op hoog niveau ruim een jaar mee bezig zijn. Het komend seizoen zullen we veel gaan leren en ontdekken. Het zou de kracht van dit proces enorm doen toenemen als er in meer steden of plaatsen broedplaatsen gaan ontstaan.

Waar ik bij de VG een leemte ervaar is de schraalheid aan rituelen. We doen op dit moment een hoopvol experiment met meditatie, maar zie dat dit nog erg geïsoleerd van de overige activiteiten plaatsvindt. We zijn in het algemeen nog erg cerebraal ingesteld, hebben nog weinig verstand van beleving. Daar lijken we in Amsterdam achterop te zijn geraakt. Idealiter zou ik willen werken aan een moderne liturgie, misschien zelfs weer met een soort voorgangers ook.  Op deze punten kunnen we wellicht iets leren van de anderen.

Wordt vervolgd…

===

Voor wat betreft historische zaken in dit artikel is gebruik gemaakt van een aanstekelijk geschreven doctoraalscriptie kerkgeschiedenis van Ditsy Verdonk uit 1981, onder de titel “De gebroeders Hugenholtz en het ontstaan van de Vrije Gemeente”.

Advertenties

1 juni 2007

Clubgevoel

Filed under: Alain Sadon — Alain Sadon @ 3:37 pm

Gisteren kreeg ik het jaarverslag van de VG in mijn brievenbus. Daar was ik wel even van onder de indruk. Jaarverslagen zijn meestal saaie verslagen. Maar dit was andere koek. Het doel van een jaarverslag is dat het bestuur verantwoording aflegt aan de leden over het beleid van het afgelopen jaar, 2006 dus. Over anderhalve week is er de bijbehorende algemene ledenvergadering. In een mooi vormgegeven krant, met foto’s en al, wordt kort en krachtig uitgelegd wat er afgelopen jaar allemaal gebeurd is. Nog met de overige post in mijn andere hand heb ik het in één keer uitgelezen. Dat is me niet eerder voorgekomen met een schrijven van de VG. Ik kreeg opeens een echt clubgevoel. Jet Tigchelaar, Marleen Ritzema en Johan Hartman, geweldig!

Er is iets aan het borrelen de laatste tijd. Het nieuwe bestuur heeft het afgelopen jaar hard gewerkt om een aantal van de vernieuwingsgedachten zichtbaar te maken. In het jaarverslag worden die helder uiteengezet. In 2007 lijkt het werk alleen maar verder toegenomen. Maar wat borrelt er? Voor mij heeft dat denk ik te maken met dat clubgevoel. Dat is een raar ding, ‘clubgevoel’. Het afgelopen jaar was er vooral veel inzet, maar zou die liefde voor de club niet echt als clubgevoel kunnen benoemen. Onderdeel van het beleidsplan was te proberen juist wel dát gevoel te versterken. Maar dat is verschrikkelijk lastig, zeker bij de Vrije Gemeente, met die wonderlijke mix van eigen-wijzen, kerk-gekrenkten, diepte-zoekers en illusie-brekers. Die laten zich niet zomaar vangen.

Het lijkt of er nu spontaan inhoudelijke verbanden beginnen te ontstaan die de inzet beginnen te overstijgen. Verbanden, overigens, die wel gedragen worden door nieuwe structuren die we in het leven hebben geroepen. Ik hoor bijvoorbeeld enthousiaste verhalen over bijeenkomsten die de organisatoren van onze enige echte members-only avond, de Vrije Vrijdagavond, met elkaar hebben. Natuurlijk wordt er (in de 1e klas stationsrestauratie van het CS) gesproken over de organisatie van de avond, maar zo snel mogelijk ook over de meer wezenlijke dingen des levens. Uit eerste hand kan ik verder melden dat er gepassioneerde email-discussies zijn ontbrand binnen de redactie van ons cluborgaan, Nieuwe Stemmen, en binnen de programmaraad.

Bij de leden van de programmaraad draaide het om de vraag of we in ons komend jaarthema ‘mystiek nu’ wel genoeg rekening hebben gehouden met het ‘nu’. Omdat we ons stevig gaan verdiepen in allerlei mystici, vanuit verschillende tradities en cultuurvormen (muziek, beeldende kunst, etc.), was mijn vraag wat nu precies de link was met het ‘nu’. In een vorig schrijven in deze weblog was ik daar ook een beetje blijven steken: mystiek prachtig, maar waarom mystiek nu? Ik suggereerde aan mijn mede-raadsleden dat we meer verbindingen zouden moeten leggen met de grote ontwikkelingen in de wereld, zoals klimaatproblematiek, globalisering, maatschappelijke issues, natuurwetenschappelijke ontdekkingen, informatietechnologie, etc. Uiteindelijk heeft een hele discussie geleid tot het inzicht dat we daar niet te snel mee moeten gaan, dat we onszelf eerst een stevig fundament moeten gunnen in ‘mystiek’ sec. Hoe kan je namelijk verbindingen leggen met mystiek als we als gemeenschap nog onvoldoende weten wat mystiek precies is. Afgesproken is dat we ons het komend seizoen (2007/2008) gaan openstellen voor allerlei mystici en heel goed gaan kijken waar e.e.a. zich heen ontwikkelt. Als programmaraad zullen we daar bovenop zitten. Blijft staan, waar is het ‘nu’?

Hierover schreef Arnold Ziegelaar: “Het NU is er niet in gelegen dat mystiek relaties zou hebben met bv. klimaatproblemen, maar dat mystiek iets kan betekenen voor de ondogmatisch zoekende mens van nu”. Job Mulder schreef: “Mystiek is op zich al zo’n groot thema, dat verbindingen leggen met andere grote onderwerpen niet verstandig is.  Het NU van onze benadering zit ‘m vooral in het feit dat we vragen wat mystiek voor ons als mensen van deze tijd kan betekenen. Het is wel van belang dat laatste steeds ook duidelijk te maken aan de sprekers/docenten. Zij moeten die vertaling naar het heden proberen te maken.Welmoed Vlieger schreef: “NU kan refereren aan de mystieke beleving die we hebben als moderne, religieuze mensen die niet gebonden zijn aan een bepaalde kerk. […] Met het thema mystiek, een thema dat zo lang vrijwel alleen grondig onderzocht is door (katholieke) theologen, hebben we iets te pakken dat ons allemaal  aangrijpt, alleen noemen we het niet altijd zo.” Govert Bach, tot slot, mailde: “De leerroute met de VG is m.i. eerst laten zien en voelen hoe gewoon en dichtbij mystiek eigenlijk is en dan verder gaan met engagement. Dat mystiek nooit zonder engagement kan zijn is nu juist het criterium voor pure mystiek. Als het niet geëngageerd, bewogen voor wereld en medemens, is dan is het zweven. Zie Schweitzer, zie Simone Weil, zie de Dalai Lama. Er is geen persoonlijke verlichting, er is alleen maar weer meer bewogenheid voor de mens en de aarde. Ontwikkelen van de aandacht! aandacht voor de ander, de natuur, de wereld.

In de redactie van Nieuwe Stemmen is voorts een discussie ontstaan of een door Nanda van Bodegraven, onze beeldcolumnist, ingebrachte foto van een schilderij wel of niet geschikt is voor de achterflap van de komende Nieuwe Stemmen. Toen ik de foto zag was ik onmiddellijk tégen. Het was prachtig geschilderd en ook de toelichtende tekst van Nanda was uitmuntend, maar het beeld zelf was me veel te afstotend. Ik heb haar geschreven dat ik het wel een prestatie vond dat ze iets opgedoken had wat ik niet geschikt achtte voor ons blad. Ik wist namelijk niet dat ik het in me had een serieus beeld (van een international gerespecteerd kunstenares) ‘te ver vinden gaan’ voor onze vrije VG. De discussie die ontlaaide heeft gemaakt dat ik het nu niet meer goed weet, juist omdat het zo’n discussie en zoveel verschillende emoties oproept. Kunst moet soms schokken. Haal ik afkeer en afkeur niet te veel door elkaar? Meer te lezen en zien in onze volgende Nieuwe Stemmen?

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.